Problemen met uw CV?

Klein onderhoud, zoals het aan de buitenkant reinigen van de radiatoren/convectoren, kunt u als bewoner zelf uitvoeren. Het reinigen van de radiatoren/convectoren bestaat in hoofdzaak uit het afnemen met een sopje en het stofvrij houden (ook aan de binnen/achterzijde) van de radiator/convector. Daarnaast kunt u voor en tijdens het stookseizoen de koppelingen van de radiatoren nazien op lekkage. Zelf kunt u ook regelmatig de waterdruk controleren en zonodig bijvullen. (Bijvullen van een installatie valt niet onder de garantieregeling of het storingscontract.)

Problemen met uw verwarming? Bel 038-4216502. Wij helpen u graag!

Voordat u gaat bellen:

Noteer welke code het toestel aangeeft en controleer of er geen warmwaterkraan staat te druppelen.

Lees eerst de volgende tips die u mogelijk helpen om het probleem zelf op te lossen.

Staat er spanning / stroom op het stopcontact?
Test het stopcontact van de cv-ketel door te proberen of bijvoorbeeld een stofzuiger of schemerlampje werkt wanneer dit stopcontact gebruikt wordt. Als dit het geval is, heeft u zich ervan overtuigd dat het stopcontact niet het probleem is van de storing.

Staat er geen spanning op het stopcontact van de cv-ketel?
Controleer of er geen stop uit geslagen is, of dat de aardlekschakelaar is aangesprongen.
Is dit het geval dan moet u dit herstellen.

Is er wel gas?
Controleer of er wel gas is in de woning. U kunt eenvoudig controleren door in de keuken te kijken of het gasfornuis werkt. Is dit niet het geval, controleert u dan of de gaskraan bij de gasmeter geopend is.
Is dit het geval en heeft u nergens gas, neemt u dan contact op met uw gasleverancier.

Is de waterdruk in de installatie voldoende?
Controleer of de waterdruk goed is. Meestal moet deze tussen de 1.5 en 2 bar liggen. Controleer de gebruiksaanwijzing. Bevindt de wijzer zich daaronder (in het rode gebied), dan is bijvullen nodig. Zie hiervoor ook Instructie Centrale Verwarming bijvullen op onze website.

Zit er lucht in de installatie?
Wanneer er lucht in de cv-installatie zit, belemmert dit de doorstroming of transport van warmte. Hierdoor worden uw radiatoren niet warm. Wanneer u het water door het systeem hoort lopen dient de installatie ontlucht te worden.
Zie hier ook Instructie Ontluchten van de installatie op onze website

Werkt de kamerthermostaat naar behoren?
De volgende factoren kunnen van invloed zijn op de werking van de kamerthermostaat:

    De kamerthermostaat mag niet door de zon beschenen worden.
    Er mag geen TV of schemerlamp onder de kamerthermostaat staan.
    Er mag geen spotje op de kamerthermostaat gericht worden.
    De kamerthermostaat mag niet achter of in een boekenkast zitten.
    De kamerthermostaat mag niet half in een met steenstrip afgewerkte muur zitten.
    De kamerthermostaat zit achter een deur.
    Let op! Als de deur openstaat, blijft de ketel aanspringen wanneer er koude lucht toetreedt.
    Staat de spaarschakelaar op de kamerthermostaat goed? (Moet op cv/ww staan).
    Druppelt er geen warmwaterkraan? De kans bestaat dat uw cv hierdoor niet werkt.
    Controleer de batterijen van de klokthermostaat, indien aanwezig.

Heeft u geen verwarming? Staan er voldoende radiatoren open?
Er moeten te allen tijde tenminste 2 radiatoren helemaal open staan. (Ook in de zomer!) De radiatoren in de kamer waar de kamerthermostaat hangt moeten in ieder geval altijd helemaal open staan.
Radiator klachten?

Radiator(en) wordt (worden) niet warm of wordt (worden) half warm.
Radiatoren verder open draaien.
Radiatoren ontluchten en zonodig bijvullen.

Van een of meer radiatoren wordt alleen het bovenste deel warm.
Dit is normaal bij nieuwere energiezuinige ketels. De radiatoren worden alleen zover opgewarmd als nodig is. Als het buiten kouder wordt, zal een steeds groter deel van de radiator warm worden.

De radiator(en) wordt (worden) steeds warm en koud.
Dit is normaal bij oudere cv-ketels. Wanneer de temperatuur in de ruimte bereikt is, zal de ketel afslaan. Als de temperatuur beneden de ingeschakelde temperatuur daalt, zal de ketel weer in bedrijf komen om de warmteverliezen aan te vullen.

De radiator(en) blijft (blijven) lauw.
Bij modulerende kamerthermostaten en in flats met een gezamenlijke cv-installatie wordt de temperatuur afhankelijk van de buitentemperatuur geregeld. Wordt het buiten kouder dan zal de aanvoertemperatuur stijgen, waarna de lauwe radiatoren heter worden.

De radiator(en) in de slaapkamer(s) wordt (worden) niet warm of half warm.
De slaapkamers hebben geen eigen temperatuurregeling. Wanneer de woonkamer de op de kamerthermostaat ingestelde temperatuur heeft bereikt, zal de ketel uitschakelen. De kamerthermostaat zal hoger gezet moeten worden om het in de slaapkamers warmer te maken.

De radiatoren wordt (worden) wel warm. De slaapkamer(s) komt (komen) niet op temperatuur.
De slaapkamers hebben geen eigen temperatuurregeling. Wanneer de woonkamer de op de kamerthermostaat ingestelde temperatuur heeft bereikt, zal de ketel uitschakelen. De kamerthermostaat zal hoger gezet moeten worden om het in de slaapkamers warmer te maken.